Dobbelman, dé fabriek van Nijmegen
Niet de grootste fabriek, wel de oudste en gedurende lange tijd de meest bekende van Nijmegen, was de zeepfabriek van de familie Dobbelmann. Van de licht groeiend
Dobbelmann: Johann Peter en Frans
Johann Peter Dobbelmann, afkomstig uit Siegburg, Duitsland, kocht de fabriek in 1854 van Van der Heijden. Daar werkten toen 7 arbeiders. Van der Heijden was destijds de eerste Nijmegenaar die een stoommachine in zijn bedrijf installeerde. Johann Peter woonde sinds zijn huwelijk in 1828 in Nijmegen en stond ingeschreven als groothandelaar van koloniale 
Zeepfabriek Het anker.
De onderneming heet Zeepfabriek of Stoomzeepfabriek 'Het Anker' naar een oud scheepsanker in de gevel van het pand vlak bij de Waalkade, wellicht een vroegere scheepswerf. De firmanten zijn de Gebroeders Dobbelmann. Jaarlijks produceren de arbeiders enkele honderdduizenden kilo's zachte zeep. De producten staan bekend als Ankerwaszeep, Ankerzeeppoeder en Anker vlokkenzeep.
Frans Theodoor houdt zich tot ongeveer 1884 met de onderneming bezig. Net als zijn vader maakt hij jaren deel uit van de Nijmeegse Gemeenteraad, daarnaast is hij lid van de Provinciale Staten van Gelderland, lid van de Tweede Kamer en voorzitter van de Nijmeegse kamer van Koophandel. Hij is een van de grote ijveraars voor de spoorwegverbinding Nijmegen-Kleef en is een van de oprichters van de eerste Nijmeegse woningbouwvereniging Hulpbetoon. Naar hem is de Dobbelmannweg genoemd; deze weg ligt in de wijk Hazenkamp die ten zuiden van de spoorlijn Nijmegen-Venlo en ten westen van de uitvalsweg naar het zuiden, de Sint Annastraat, loopt.
Petrus Th. H. M. Dobbelmann (1862-1934)

Zoon Reinier (geboren: 1902) komt in 1928 in het bedrijf. Hij heeft rechten en economie gestudeerd in Amsterdam aan de Gemeentelijke Universiteit en volgt in 1929 zijn vader Petrus op. Reinier heeft het bedrijf van de vloer af leren kennen. Vanaf 1929 is hij mededirecteur van de 'Gebroeders Dobbelmann'. Zijn broer Piet, de chemicus en zijn broer Arnold werken er ook als mededirecteuren.
Zeepfabrikage in Nijmeegse benedenstad
In Nijmegen werd sinds 1733 zeep geproduceerd, eerst in de benedenstad. De gebroeders Abraham en Jacob Mist vestigden na wat protesten van de nabijgelegen bierbrouwerij zich in de Lange Brouwerstraat. Zij krijgen het monopolie op het vervaardigen van zeep. De eerste twaalf jaar was het anderen verboden het ambacht van zeepzieder uit te oefenen.
Voor de bereiding van zeep werd potas gebruikt. De Middeleeuwse Nijmeegse burcht het Valkhof uit de tijd van Karel de Grote bestond uit tufsteen dat fijngemalen een grondstof voor potas is. Jan Dekker, een zeepzieder uit Wormerveer kocht het historische gebouwencomplex, bestaande uit 58.000 ton tufsteen voor een bedrag van ƒ 90.400. Het Valkhof wordt in 1796 gesloopt, ondanks felle protesten van het stadsbestuur van Nijmegen, die voor ƒ 7.000 de Karolingische Kapel kon terugkopen. Binnen twee jaar werd het complex gesloopt en de afbraak naar Wormerveer verscheept, waar het in de molen 'De Rietvink' tot tras werd vermalen. Na de gebroeders Mist ging de zeepziederij aan de Lange Brouwersstraat over naar verschillende andere ondernemers totdat deze in 1854 eigendom van de familie Dobbelmann wordt. Vier generaties Dobbelmannen leidden de fabriek die van de benedenstad naar Bottendaal verhuisde. Reinier Dobbelmann (1902-1996) was de laatste president-directeur.
De onderneming in Bottendaal

In 1895 brandde de fabriek in de benedenstad tot de grond toe af. Pierre Dobbelmann kocht een ander pand aan de rand van Nijmegen aan: de voormalige margarinefabriek aan de Graafsestraat, tegenwoordig Graafsedwarsstraat.
In het nieuwe onderkomen werden verschillende productietechnische verbeteringen aangebracht. De onderneming liep goed. De vraag naar zeep nam toe door belastingwijzigingen en het toegenomen hygiënebesef. Er werden nieuwe afzetgebieden in voormalig Nederlands-Indië en in China gezocht. Vooral harde zeep werd uitgevoerd. De concurrentie nam toe, er kwamen steeds meer zeepfabrieken. De markt moest gereguleerd worden met de oprichting van een syndicaat (1906) waarbij 54 zeepfabrikanten zijn aangesloten. Het mag niet baten, de vereniging wordt snel weer ontbonden. Statistische gegevens uit Everwijns studie naar de industrie vermelden over 1906 in Nederland 59 zeepfabrieken met ongeveer 1250 arbeiders. In Gelderland waren er zes met 235 arbeiders.
De jaren 1915 tot 1929 waren moeilijke jaren. De exportmogelijkheden verminderden en tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er grondstoffentekorten. In Duitsland experimenteerden chemici met synthetische producten ter vervanging van dierlijke vetten. Er ontstond concurrentie van grote ondernemingen als Unilever die aan goedkopere grondstoffen kon komen en met Sunlight-zeep een sterke marktpositie inneemt. De omzet van 1928 was 30 % minder dan die van 1921 en de daarop volgende crisisjaren werden voor het gehele Nederlandse bedrijfsleven slecht.
Directeur Reinier Dobbelmann en broers
De nieuwe directeur Reinier Dobbelmann wilde een moderne organisatievormen te creëren. Hij richtte een nieuwe afdeling op: Reclame en Verkoopbevordering. Hij schafte het onoverzichtelijke cadeaustelsel met zegeltjes af. Hij liet zich met eigentijdse ideeën bijstaan door een ambitieuze man, die in het bedrijf is opgeklommen, Wim Markus. Markus bedacht in 1934 de naam Castella, een fantasienaam die is geënt op de Spaanse olijfolie die voor de zeepbereiding wordt gebruikt. Die naam is tot de jaren zestig voor alle producten gevoerd. Castella
Vanaf die tijd heette de onderneming: Dobbelman N.V., de laatste n verdween. Eerder was de naam gewijzigd van Het Anker/Van Gebroeders Dobbelmann (1919) in N.V. Zeepfabrieken v/h Gebr. Dobbelmann. Weer veel later, in 1953 krijgt de fabriek de aanduiding Koninklijke Dobbelman N.V.
Het bekende Amsterdamse reclamebureau A de la Mar werd ingeschakeld om de Castella-scheerzeep te promoten. In Amerikaans-aandoende-stijl - eerst was ik een sufferd, nu ben ik het heertje- schrijft Karel Sartory een advertentiecampagne. Die verscheen jarenlang in de pers, bijna als een feuilleton en wordt erg populair. Hoewel de omzetcijfers er niet door stijgen, wordt de naamsbekendheid van Castella erg groot.
Het bedrijf tot 1945
In de periode 1929-1939 gaat het ondanks de crisistijd en de concurrentie weer beter: de omzet van zeep producten verviervoudigt, de verkoopkosten en de productiekosten dalen. In 1935 komt de Wet op de Ondernemings-overeenkomsten en in 1938 de Bedrijfsvergunningenwet. Op het gebied van zachte zeep komen zeepfabrikanten tot een standpunt over een afzetquotaregeling, maar het Ministerie van Economische Zaken wijst in september 1939 alle zeep producten aan als distributie producten.
Tijdens de oorlog loopt de fabriek relatief weinig schade op. De machines blijven beperkt draaien. en maken het wasmiddel Lavandine van klei en een nieuwe synthetische grondstof, vervaardigd uit petroleum, Teepol dat van Shell betrokken wordt. Het personeel, 250 mensen, kan aan het werk gehouden worden, al is dat soms met quasi-nuttige verbouwactiviteiten. Zo wordt uitzending naar Duitsland voorkomen. De eigen werknemers hebben steeds bonvrije zeep en waspoeder gekregen, dat een geliefd ruilobject is voor voedsel. Zeep is een gewild en belangrijk product. In de schuilkelder onder de fabriek worden vele mensen uit de buurt opgevangen. Bij het vergissingbombardement van 22 februari 1944 bieden de arbeiders van Dobbelman directe hulp bij de slachtoffers die bij het station zijn gevallen.
De wederopbouw
Na de oorlog gaat het goed; er worden recordomzetten geboekt. De naamsbekendheid van de Castellaproducten is zeer groot. Veel huishoudens gebruiken de zeep, shampoo, waspoeders, tandpasta en de plastic reclameartikelen als de wasmandjes en de emmers. Castella-kopjes worden vlijtig gespaard.
De Raad van Commissarissen benoemt Reinier Dobbelmann tot president-directeur. Hij is een sociaal voelend mens. Persoonlijk contact met de werknemers vindt hij erg belangrijk en waar dit verhinderd wordt door directe chefs, neemt hij maatregelen. Reinier zet het werk van zijn vader voort en in overleg met verzekeringsdeskundigen en een personeelscommissie werd in 1936 de Stichting Pensioenfonds Dobbelman opgericht. Als eerste onderneming in Nederland voert Dobbelman een waardevast pensioen in vanaf het jaar 1962. Bovendien komen er een winstuitkeringsregeling, een spaarregeling en een financiële regeling bij de aankoop van een eigen huis.
Volgens de Dobbelmann-traditie bekleedt Reinier Dobbelmann vele publieke functies. In 1948 gaan Reinier en zijn broer Piet op studiereis naar Amerika waar zij erg enthousiast raken over machines die met behulp van het Marshallplan gekocht kan worden. De betalingen moeten aan de eigen regering worden gedaan, die de gelden besteedt aan wederopbouwprojecten.
De arbeidsproductiviteit gaat fors omhoog met hetzelfde aantal arbeiders. De omzet bedraagt eind 1945 iets meer dan 1,1 miljoen gulden (2004: 0,5 miljoen Euro). De onderneming draait goed in de periode 1950-1967. In 1953 krijgt de onderneming bij het 25-jarig jubileum als directeur van Reinier Dobbelmann het predikaat 'Koninklijke'.
Na 1965 veranderde er veel: bedrijven worden overgenomen door multidivisionele ondernemingen, ook Dobbelman. In het begin van de jaren zestig is het management bij Dobbelman nog optimistisch. Het familiebedrijf werkt voornamelijk op nationaal niveau, de export binnen de Europese markt is enkele procenten. Tegen de internationale concurrenten, verspreid over de EEG-landen zou Dobbelman niet echt opgewassen blijken. Kapitaalvergroting binnen de familieonderneming is niet mogelijk. Overname door een groter bedrijf kon niet lang uitblijven. De concurrentie van de over West-Europa verspreide grote ondernemingen is te groot. De onderneming bezat een aandelenpakket dat door erfenis onder een twintigtal familieleden verdeeld zat. De familieledenaandeelhouders waren niet kapitaalkrachtig genoeg om aan kapitaaluitbreiding deel te nemen. De familieonderneming komt ten einde.
De overname en fusies: Biotex en Dobbelman Waspoeder bij Kortman
Terwijl de directie van Dobbelman inziet dat overname onvermijdelijk zal zijn, doen zowel Unilever als Procter & Gamble een vergeefse poging het bedrijf Dobbelman op te slokken. Reinier Dobbelmann is in onderhandeling met een onderneming die hij fatsoenlijk acht en waarbij behoud van werkgelegenheid veilig lijkt. Koninklijke Zout-Organon (KZO) koopt eind 1968 na anderhalf jaar onderhandelen de Dobbelmanfabriek, waarbinnen de Groep Huishoudelijke Producten ook NV Kortman & Schulte is aangekocht. Het is de tijd van de grote fusies. In de periode 1965-1977 treedt er veelvuldig marktconcentratie op: bij gelijke marktomvang neemt het aantal ondernemingen af. In 1969 waren er 235 fusies van Nederlandse bedrijven, in 1970: 265. KZO gaat eind 1969 een fusie aan met een andere grote Nederlandse onderneming: de Algemene Kunstzijde Unie (AKU), de nieuwe onderneming heet AKZO. Voor Dobbelman komt de fusie tot uiting in de bedrijfsnaam Kortman & Schulte en er komt een nieuwe directie. Reinier Dobbelmann is in 1967 met pensioen gegaan. Behoud van werkgelegenheid, waar hij zo voor heeft gepleit, blijkt helaas niet gegarandeerd. Verschillende ontslagen vallen, hogere functies blijven behouden. Kortman profiteert van de Nijmeegse productiefaciliteiten, bijvoorbeeld de sproeitoren.
Vanaf 1969 wordt naast Dobbelmans Gezins Wasmiddel ook Biotex in Nijmegen geproduceerd. De onderneming besluit de productie van het uitgebreide Castella-assortiment te staken en over te gaan op poedervormige wasmiddelen. Toiletzeep, scheerzeep, tandpasta, talkpoeder worden in Nijmegen niet langer vervaardigd. De commerciële afdelingen en de administratie van Dobbelman worden in 1969 verplaatst naar Loda in Breda. In 1970 komen Dobbelman, Kortman & Schulte en Loda onder leiding van één algemeen directeur. Later worden productiefaciliteiten in Veenendaal ontmanteld. Dan wordt Dobbelman voor de tweede maal aan een multidivisionele onderneming verkocht, uiteindelijk een Amerikaanse. ACP treedt uit AKZO en zoekt aansluiting bij een onderneming met een sterke marktgerichtheid: Douwe Egberts Koninklijke Tabaksfabriek-Koffiebranderijen-Theehandel NV. Douwe Egberts maakt deel uit van Sara Lee Corporation te Chicago. ACP is gebaat bij aansluiting bij een internationale groep. Beide ondernemingen denken hun productenpakket te kunnen verbreden. In de nieuwe multinationale onderneming horen ACP en Douwe Egberts bij de divisie Food products en Household & Personal Care Products van Sara Lee. De marketingafdeling van Sara Lee Household en Personal Care Products zit in Veenendaal. Door economische risicospreiding kunnen financiële tegenvallers van divisies opgevangen worden.
De jaren negentig
Kortman Nederland BV in Nijmegen heeft na 1990 veranderingen ondergaan. De werkgelegenheid liep terug van 170 naar 72 mensen. De laatste jaren wordt er steeds meer compactpoeder gefabriceerd, waardoor de sproeicapaciteit niet voldoende benut werd. Ook is er behoefte aan kleinere productseries. Het waspoeder kan goedkoper en met minder mensen gemaakt worden. Van Henkel komt met een haffabrikaat, slurrie genoemd, dat zonder sproeitoren als waspoeder via de eindmengerij de machine verlaat. Hiervoor is de hele fabriek omgebouwd. De ingrijpende operatie betekende ook verlies van arbeidsplaatsen. Het voortbestaan van de zeepfabriek in Nijmegen is weer even gered. Directeur Hans Tigchelaar moderniseert grondig. Het machinepark werd in 1994 en 1995 volledig vernieuwd. Helaas ging deze herstructurering gepaard met verlies van werkgelegenheid.
In het voorjaar van 1995 verscheen Dobbelman na een afwezigheid van jaren weer op het televisiescherm. Anders dan die van de grote concurrenten geeft de nieuwe Dobbelman-campagne blijk van humor en relativeringsvermogen. De consumentenprijs kon door de lagere kostprijs omlaaggaan. Tegenwoordig moeten de jonge vrouwen met argumenten overgehaald worden het product te kopen. Consumenten blijken steeds minder zin te hebben te veel geld neer te tellen voor de dure A-merken. Dobbelman zit in het middensegment, waar een pak dan rond de € 5,50 (1995: fl 12,-) kost. In het topsegment was de prijs toen ongeveer € 7,25 ( 1995: fl 16,-). Die prijsverlaging is aanleiding voor een nieuwe reclamecampagne. De zelfbewuste koopster in de televisiespot laat zich niet imponeren en koopt haar eigen "Doe maar gewoon ... Dobbelman"-merk. Zo probeerde Kortman met Dobbelman het marktsegment en het marktaandeel op de langere termijn veilig te stellen. Toen bleek dat de productie in Nijmegen voor Sara Lee-Douwe Egberts te duur werd, is die overgegaan naar Denemarken en kwam er een einde aan de Nijmeegse zeepfabriek.